ECLI:NL:HR:2006:AV1581
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam, waarin verdachte werd veroordeeld voor openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen. Het hof had de verdachte veroordeeld tot een taakstraf van tachtig uur, subsidiair veertig dagen hechtenis, en een betalingsverplichting aan de benadeelde partij.
Verdachte betwistte zijn betrokkenheid bij het geweld en voerde aan dat onvoldoende bewijs bestond dat hij een wezenlijke bijdrage had geleverd. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht had geoordeeld dat een passage uit de pleitnota van de verdediging niet kon worden aangemerkt als een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt in de zin van art. 359, tweede lid, Sv. Het hof had dit oordeel niet onjuist of onbegrijpelijk gemotiveerd.
De Hoge Raad zag geen aanleiding het arrest van het hof te vernietigen en verwierp het cassatieberoep. De veroordeling tot een taakstraf en de betalingsverplichting blijven daarmee in stand.
Uitkomst: Hoge Raad verwerpt cassatieberoep en bevestigt taakstraf voor openlijk in vereniging geweld plegen.