ECLI:NL:PHR:2006:AY8330
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verwerping noodweerexces en bevestigt verminderd toerekeningsvatbaarheid bij poging moord
Op 15 september 2002 schoot de verdachte in zijn woning en op straat op het slachtoffer, waarbij meerdere schoten werden gelost die het slachtoffer raakten. Het hof oordeelde dat sprake was van poging tot moord en poging tot doodslag, maar verwierp het beroep op noodweer en noodweerexces omdat de reactie van verdachte disproportioneel was en niet het gevolg van een hevige gemoedsbeweging door de aanranding, maar van een persoonlijkheidsstoornis.
De verdachte was lijdende aan een paranoïde vorm van schizofrenie en werd verminderd toerekeningsvatbaar geacht. Het hof legde een gevangenisstraf van vijf jaar op en een maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof, wees de cassatiemiddelen af en benadrukte dat het hof voldoende gemotiveerd had waarom het beroep op noodweerexces werd verworpen. Tevens oordeelde de Hoge Raad dat de vermindering van de straf wegens overschrijding van de redelijke termijn gerechtvaardigd is.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf en terbeschikkingstelling met dwangverpleging, met afwijzing van het beroep op noodweerexces.