ECLI:NL:PHR:2008:BD6359
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest verkrachting en poging zware mishandeling wegens onvoldoende motivering bewijswaardering
De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem, waarin verdachte is veroordeeld voor verkrachting en poging tot zware mishandeling op 5 september 2005. De verdediging voerde aan dat de verklaringen van het slachtoffer onbetrouwbaar zijn, onderbouwd met diverse concrete aanknopingspunten zoals tegenstrijdigheden in verklaringen, sms-berichten en medische rapporten.
Het Hof heeft dit standpunt verworpen en de verklaringen van het slachtoffer tot bewijs verklaard, maar heeft daarbij niet in strijd met art. 359, tweede lid Sv, de motivering gegeven waarom het standpunt van de verdediging is verworpen. Dit verzuim leidt volgens de Hoge Raad tot nietigheid van het arrest.
De medische stukken en getuigenverklaringen ondersteunen de verdediging deels, met name omtrent de ernst van het letsel en de geloofwaardigheid van het slachtoffer. De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug naar het Hof voor hernieuwde beoordeling.
De conclusie van de Procureur-Generaal benadrukt dat het middel terecht is voorgesteld en dat er geen ambtshalve gronden zijn om het arrest in stand te laten. De zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe behandeling in hoger beroep.
Uitkomst: Het arrest van het Hof Arnhem wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de bewijswaardering en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.