ECLI:NL:HR:2006:AV1589
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor verduistering van geldbedragen door kantinemedewerkster
De zaak betreft een kantinemedewerkster die tussen januari 2002 en januari 2003 opzettelijk geldbedragen verduisterde die zij uit hoofde van haar dienstbetrekking onder zich had. Het hof veroordeelde haar tot een taakstraf wegens verduistering ex art. 322 Sr Pro. Diverse getuigenverklaringen en videobanden toonden aan dat zij geld uit de kassalade pakte en in haar kleding stopte zonder dit te registreren.
De verdachte voerde verweren aan, waaronder dat zij het geld slechts tijdelijk leende of dat zij verkouden was en een zakdoek gebruikte, maar het hof achtte deze verklaringen niet aannemelijk. Ook het feit dat het geld niet buiten het pand werd gebracht, deed niet af aan de bewezenverklaring.
De Hoge Raad bevestigde dat art. 322 Sr Pro niet vereist dat het verduisterde goed toebehoort aan degene tot wie de verdachte in dienstbetrekking staat, maar dat het voldoende is dat het geld onder beheer van de werknemer stond. Het beroep in cassatie werd verworpen, waarmee de veroordeling definitief bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor verduistering wordt bevestigd.