Conclusie
Nummer19/01719
Het cassatieberoep
De middelen
eerste middelbehelst de klacht dat de bewezenverklaring, voor zover inhoudende dat de verdachte de toegeëigende gelden “uit hoofde van haar persoonlijke dienstbetrekking” onder zich had, onvoldoende met redenen is omkleed.
tweede middelstrekt ertoe dat de door het hof aan de verdachte in het kader van de schadevergoedingsmaatregel opgelegde vervangende hechtenis door gijzeling zal worden vervangen.
NJ2020/409 kan de Hoge Raad bepalen dat in plaats van vervangende hechtenis gijzeling zal worden toegepast.
Scoppola tegen Italiëwaren regels van sanctierecht na het begaan van het feit ten gunste van verdachten gewijzigd. Die wijziging was echter in de loop van de procedure teruggedraaid, waarna de nationale rechter de nieuwe bepalingen toepaste. De Grote Kamer van het EHRM oordeelde dat art. 7 EVRM Pro van toepassing was, omdat het ging om “a provision of substantive criminal law concerning the length of the sentence to be imposed in the event of conviction (…)”. Het EHRM kwam tot het oordeel dat art. 7 EVRM Pro was geschonden. Het overwoog daartoe onder meer dat:
NJ2020/409 volgt dat een wijziging van de aard van de sanctie die bij niet-betaling is verbonden aan de schadevergoedingsmaatregel een verandering van regels van sanctierecht oplevert. Aangezien de wijziging van art. 88 Sr Pro per 1 januari 2020 in de onderhavige zaak mede bepalend is voor de toepasselijke maximale duur van deze aan de schadevergoedingsmaatregel verbonden sanctie, moet deze wijziging eveneens worden aangemerkt als een verandering van regels van sanctierecht. De nieuwe regel, die met ingang van 1 januari 2020 gold, is voor de verdachte gunstiger. Dat betekent dat de wijziging van art. 88 Sr Pro per 1 januari 2020 in de onderhavige zaak met onmiddellijke ingang moet worden toegepast.
Scoppola.
derde middelhoudt de klacht in dat de inzendtermijn in cassatie is overschreden.
Slotsom
- tot vermindering van het aantal uren te verrichten taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis naar de gebruikelijke maatstaf;
- tot bepaling dat ten aanzien van de schadevergoedingsmaatregel met toepassing van art. 6:4:20 Sv Pro gijzeling van 360 dagen kan worden toegepast;
- en tot verwerping van het beroep voor het overige.