ECLI:NL:HR:2006:AV6199
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt zelfstandige beoordeling ontnemingsvordering ondanks verweren uit hoofdzaak
In deze zaak heeft het Gerechtshof Amsterdam de betrokkene veroordeeld tot betaling van €4000 aan wederrechtelijk verkregen voordeel. De betrokkene stelde in hoger beroep dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk moest worden verklaard vanwege schending van het recht op een goede verdediging tijdens het opsporingsonderzoek, met name het ontbreken van een bezoek van een raadsman tijdens inverzekeringstelling.
Het hof heeft dit verweer onderzocht en vastgesteld dat ondanks het ontbreken van een bezoek van een raadsman, geen sprake was van doelbewuste of grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte. Ook werd vastgesteld dat de verdachte zich vrijwillig had gemeld en een bekennende verklaring had afgelegd. Daarom werd het verweer verworpen en het ontnemingsbedrag gehandhaafd.
De Hoge Raad bevestigt dat de rechter in de ontnemingsprocedure een zelfstandig oordeel moet vormen over verweren die direct betrekking hebben op het te ontnemen bedrag. Verweren die betrekking hebben op de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de hoofdzaak kunnen niet leiden tot niet-ontvankelijkheid in de ontnemingsprocedure, omdat de rechter daarin gebonden is aan het oordeel in de hoofdzaak.
Het cassatieberoep faalt en de Hoge Raad verwerpt het beroep, waarmee het vonnis van het hof in stand blijft.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de ontnemingsvordering van €4000 ten laste van betrokkene.