ECLI:NL:HR:2006:AV7213
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen handelen in strijd met Opiumwet inzake XTC-handel
De verdachte werd door het hof veroordeeld wegens medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met het verbod uit artikel 2 van Pro de Opiumwet, met betrekking tot een aanzienlijke hoeveelheid XTC-tabletten. Het hof baseerde de bewezenverklaring op diverse bewijsmiddelen, waaronder verklaringen van de verdachte zelf over zijn eerdere veroordeling, het gebruik en de verkoop van de XTC-tabletten, en op omstandigheden rondom het vervoer en de uitvoer van de pillen.
De verdachte stelde in cassatie dat de bewezenverklaring onvoldoende gemotiveerd was en niet kon volgen uit de bewijsmiddelen. De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof de bewezenverklaring toereikend had gemotiveerd, mede gelet op de restpartij XTC-tabletten die onderdeel was van een eerder voor de handel bestemde hoeveelheid, de vastgestelde feiten omtrent vervoer en uitvoer, en de verklaringen van de verdachte over de werking en prijs van de pillen.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het arrest van het hof, waarin de verdachte werd veroordeeld tot twaalf maanden gevangenisstraf en een geldboete van tweeduizend euro, subsidiair veertig dagen hechtenis. De tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde straf werd eveneens gelast.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte tot twaalf maanden gevangenisstraf en een geldboete wegens medeplegen van handelen in strijd met de Opiumwet.