Conclusie
eerste middelbehelst de klacht dat het hof in strijd met art. 359, tweede lid, Sv (in verbinding met art. 415, eerste lid, Sv) het verweer dat sprake is geweest van een verzwegen burgerinfiltratie inhoudelijk ongemotiveerd en met toepassing van een onjuiste maatstaf heeft verworpen.
“Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie
tweede middelbevat de klacht dat het hof het verweer dat sprake is geweest van misbruik van een controlebevoegdheid, welke niet-ontvankelijkheid tot gevolg moet hebben, ten onrechte en ontoereikend gemotiveerd heeft verworpen.
“Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie / bewijsuitsluiting
NJ 2004, 376, rov. 3.6.5).
derde middelklaagt dat het hof het verweer dat niet bewezen kan worden dat ook door middel van de twee andere zeiljachten daadwerkelijk hasjiesj zijn ingevoerd, ten onrechte en ontoereikend gemotiveerd heeft verworpen.
“partiële vrijspraak
3400 kilogramhashish met de [B] heeft ingevoerd en aanwezig heeft gehad, omdat er geen bewijs is dat de eventuele overige substantie die zou zijn ingevoerd hashish als bedoeld in de opiumwet is;
herkend of gebruikt(HR 24 oktober 1978, NJ 1979, 130; HR 15 december 1981, NJ 1982, 270; HR 18 mei 1982, NJ 1983, 49; HR 28 juni 1983, NJ 1984, 11; HR 21 februari 1989, NJ 1989, 903; HR 26 oktober 2004, NJ 2004, 676; HR 30 november 2004, LJN AR3249; HR 15 november 2005, LJN AU3482; HR 16 mei 2006, NJ 2006, 304; HR 5 juni 2007, NJ 2007, 340). Daarvan is in casu geen sprake!;
niet daadwerkelijk zijn onderzocht of herkend als hashish;”