ECLI:NL:HR:2006:AW3584
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens valsheid in geschrift en ambtelijke corruptie met giften en beloftes
De zaak betreft een verdachte die samen met een mededader een valselijk opgemaakte overeenkomst presenteerde, waarbij een handtekening werd vervalst om deze als authentiek te doen voorkomen. Tevens werd de verdachte veroordeeld voor het doen van giften en beloftes aan een ambtenaar van de provincie Gelderland met het oogmerk deze te bewegen in strijd met zijn ambtsplicht te handelen.
Het hof oordeelde dat de valsheid in geschrift bestond uit het opmaken en gebruiken van een schriftelijk stuk dat niet overeenkwam met een werkelijk gesloten overeenkomst. De giften en beloftes betroffen geldbedragen, het gebruik van een auto en een salarisbelofte, gericht op het verkrijgen van een voorkeursbehandeling.
In cassatie werd betoogd dat de bewijsmiddelen onvoldoende waren om de valsheid en het oogmerk van de giften aan te tonen. De Hoge Raad bevestigde echter de uitleg van het hof en oordeelde dat art. 177 Sr Pro ook ziet op het onderhouden van een relatie met een ambtenaar om voorkeursbehandeling te verkrijgen, zonder dat een direct causaal verband per gift hoeft te worden aangetoond.
Een kennelijke misslag in de bewezenverklaring werd door de Hoge Raad hersteld zonder dat dit de aard en ernst van het bewezenverklaarde aantastte. Het cassatieberoep werd verworpen en de veroordeling bleef in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling tot zes maanden gevangenisstraf voorwaardelijk, een taakstraf en een geldboete wegens valsheid in geschrift en ambtelijke corruptie.