ECLI:NL:PHR:2007:BA5037
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Cassatie over bewezenverklaring en wetenschap bij medeplegen voorbereidingshandelingen drugs
In deze zaak is verdachte veroordeeld voor medeplegen van voorbereidingshandelingen met voorwerpen en stoffen bestemd voor de productie van verdovende middelen, alsmede voor het voorhanden hebben van een geldbedrag waarvan zij redelijkerwijs moest vermoeden dat het van misdrijf afkomstig was. Het hof heeft vastgesteld dat verdachte zich bewust was van de aanwezigheid van versnijdingsmiddelen in de woning en dat zij redelijkerwijs moest vermoeden dat het geld onder het matras een criminele herkomst had.
De verdediging voerde cassatie in tegen de bewezenverklaring, met name tegen de vermelding van 'gelden of andere betaalmiddelen' in het eerste feit, terwijl in de feitelijke omschrijving alleen versnijdingsmiddelen werden genoemd. De Hoge Raad oordeelt dat deze vermelding een kennelijke misslag betreft en leest de bewezenverklaring met herstel van deze misslag, zonder dat dit de aard en ernst van het bewezenverklaarde aantast.
Daarnaast is aangevoerd dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd aan welke bewijsmiddelen de feiten zijn ontleend waarop de bewezenverklaring is gebaseerd. De Hoge Raad stelt dat het hof voldoende heeft verwezen naar de verklaringen van verdachte en andere bewijsmiddelen, en dat de nadere bewijsoverweging een samenvattende conclusie betreft die niet leidt tot cassatie.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof, waarbij verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden met een proeftijd van twee jaar.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden.