ECLI:NL:HR:2006:AW4479
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor medeplegen poging tot moord en opzettelijk brandstichten met levensgevaar
De verdachte werd door het hof veroordeeld voor medeplegen van poging tot moord en opzettelijk brandstichten met levensgevaar op 6 juli 2003 in Delfgauw. Het hof baseerde zijn oordeel op verklaringen van getuigen, politieprocessen-verbaal en de verdachte zelf, die ondanks zijn bewering dat hij het niet hard genoeg had gezegd om de brandstichting te voorkomen, als ongeloofwaardig werd beoordeeld.
De verdachte had samen met anderen benzine over het slachtoffer gespoten en aangestoken, met het doel het slachtoffer te doden. Verschillende verklaringen van betrokkenen en getuigen bevestigen dat verdachte nauw betrokken was bij de voorbereiding en uitvoering van het misdrijf, waaronder het aanwijzen van het huis en het betalen voor de benzine.
In cassatie stelde de verdachte dat medeplegen niet uit de bewijsmiddelen kon worden afgeleid, maar de Hoge Raad verwierp dit middel. De verklaring dat hij gezegd zou hebben 'niet doen, het is te riskant' werd door het hof als ongeloofwaardig aangemerkt en stond niet in de weg aan de bewezenverklaring. De Hoge Raad bevestigde daarmee het arrest van het hof en verwierp het cassatieberoep.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte tot vijftien jaar gevangenisstraf voor medeplegen van poging tot moord en opzettelijk brandstichten met levensgevaar.