ECLI:NL:PHR:2010:BK7085
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens onvoldoende bewijs voorwaardelijk opzet bij invoer cocaïne in stoomketel
De zaak betreft de invoer van ongeveer 1780 kilo cocaïne die was verborgen in een stoomketel die vanuit Curaçao naar Rotterdam werd vervoerd. De verdachte werd door het gerechtshof veroordeeld voor medeplegen van opzettelijke invoer van verdovende middelen. Het hof baseerde zijn bewezenverklaring op voorwaardelijk opzet en een bewijsconstructie waarbij de verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de ketel met cocaïne werd vervoerd.
De verdediging voerde onder meer aan dat de verdachte niet wist van de aanwezigheid van cocaïne en dat zijn handelingen slechts gericht waren op deelname aan een zogenaamd project op Curaçao. Tevens werd verzocht om toevoeging van onderzoeksstukken uit Curaçao, wat door het hof werd afgewezen. De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het voorwaardelijk opzet bewezen is en dat de bewijsconstructie op wankele gronden rust. Daarnaast is het hof tekortgeschoten in het adequaat weerleggen van het uitdrukkelijk onderbouwde verweer van de verdachte.
Ook is geoordeeld dat het hof niet voldoende heeft aangegeven op welke bewijsmiddelen de veronderstellingen over de rol en kennis van de verdachte zijn gebaseerd. Het verzoek tot toevoeging van buitenlandse onderzoeksstukken is terecht afgewezen omdat het verzoek kenmerken van een 'fishing expedition' vertoonde zonder concreet belang. De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug naar het gerechtshof voor een nieuwe beoordeling.
Uitkomst: Het arrest van het gerechtshof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling wegens onvoldoende bewijs en motivering.