ECLI:NL:HR:2006:AX9408
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest mishandeling kind wegens motiveringsgebrek hof
In deze strafzaak werd verdachte veroordeeld voor mishandeling van zijn zoon op 9 juli 2003. Het hof baseerde zijn bewezenverklaring op verklaringen van het slachtoffer, medische rapporten en getuigenverklaringen. Echter trok het slachtoffer zijn eerdere belastende verklaring bij de rechter-commissaris en ter terechtzitting in hoger beroep in.
De raadsman van verdachte voerde aan dat deze ingetrokken verklaring niet voor bewijs kon worden gebruikt en dat het hof dit standpunt zonder nadere motivering had verworpen. De Hoge Raad oordeelde dat het hof in strijd met art. 359 lid 2 Sv Pro niet de redenen had gegeven voor het afwijken van het verdedigersstandpunt, wat leidt tot nietigheid ex art. 359 lid 8 Sv Pro.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het hof Amsterdam voor een nieuwe berechting op het bestaande hoger beroep. De overige middelen werden niet behandeld. Dit arrest is gewezen door de strafkamer van de Hoge Raad op 14 november 2006.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.