ECLI:NL:HR:2006:AY3644
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing bedrijfsfusievrijstelling kapitaalsbelasting bij inbreng deelnemingen
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag kapitaalsbelasting opgelegd na de inbreng van deelnemingen in een andere vennootschap. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag gehandhaafd. Het Hof oordeelde dat de bedrijfsfusievrijstelling niet van toepassing was omdat de zelfstandigheid van het onderdeel van de onderneming vanuit de inbrengende vennootschap moet worden beoordeeld.
Belanghebbende stelde in cassatie dat de vrijstelling wel van toepassing zou moeten zijn, mede gelet op de vrijheid van kapitaalverkeer binnen de EU. De Hoge Raad verwierp deze middelen en bevestigde dat de nationale regeling geen discriminatie op grond van nationaliteit bevat en dat de heffing niet in strijd is met artikel 56 EG Pro.
De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees een veroordeling in proceskosten af. Hiermee blijft de naheffingsaanslag van €110.439 kapitaalsbelasting in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de naheffingsaanslag kapitaalsbelasting.