ECLI:NL:HR:2006:AY8901

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 november 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
02556/05
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • G.J.M. Corstens
  • J.P. Balkema
  • B.C. de Savornin Lohman
  • J.W. Ilsink
  • H.A.G. Splinter-van Kan
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 359.3 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 24 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt veroordeling wegens onvoldoende motivering bewijsverwerping in opzethelingzaak

In deze zaak werd verdachte in hoger beroep door het hof veroordeeld voor opzetheling tot zes weken gevangenisstraf, waarvan vier weken voorwaardelijk. De verdediging voerde onder meer aan dat er onvoldoende aanleiding was voor de aanhouding en dat het verweer tot vrijspraak moest leiden.

Het hof oordeelde dat de omstandigheden waaronder de politie verdachte en zijn vrienden nabij een kennelijk gestolen fiets aantrof, voldoende waren voor een redelijk vermoeden van schuld en verwierp het vrijspraakverweer. De Hoge Raad stelde echter vast dat het hof ten onrechte volstond met een summiere opgave van bewijsmiddelen zonder nauwkeurig aan te geven welke feiten en omstandigheden daaraan ten grondslag lagen.

Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling op het bestaande hoger beroep. De uitspraak benadrukt het belang van een gedegen motivering bij het verwerpen van een bewijsverweer, met name bij een beroep op vrijspraak.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest wegens onvoldoende motivering van de bewijsverwerping en verwijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling.

Uitspraak

7 november 2006
Strafkamer
nr. 02556/05
SM/SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem, van 18 april 2005, nummer 21/005293-04, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986, wonende te [woonplaats].
1. De bestreden uitspraak
Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Utrecht van 9 september 2004 - de verdachte ter zake van "opzetheling" veroordeeld tot zes weken gevangenisstraf, waarvan vier weken voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. S.F.J. Smeets, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Wortel heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het beroep zal verwerpen.
3. Beoordeling van het middel
3.1. Het middel keert zich tegen de verwerping van een gevoerd bewijsverweer.
3.2.1. Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman van de verdachte aldaar het volgende aangevoerd:
"Er was onvoldoende aanleiding om cliënt aan te houden. De politie zag de fiets staan en zag dat het slot kapot was. Mag je op grond daarvan mensen meenemen? Misschien stonden ze daar alleen maar te praten. Mijns inziens moet er meer zijn om de verdenking concreet te maken. Cliënt stond alleen in de buurt van de fiets. De politie heeft cliënt meegenomen omdat hij een veelpleger is en bekend zou staan als fietsendief. Ik concludeer tot vrijspraak van het tenlastegelegde feit."
3.2.2. Het Hof heeft dienaangaande het volgende overwogen en beslist:
"Het hof is van oordeel dat de omstandigheden, waaronder de politieambtenaren verdachte en zijn vrienden in de nabijheid van de kennelijk gestolen fiets aantroffen, voldoende grond vormden voor een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit, bijvoorbeeld diefstal of heling van die fiets. Het verweer, dat dit niet het geval zou zijn, wordt daarom verworpen."
3.3. Het Hof - dat, gelet op het door de raadsman gedane beroep op vrijspraak, ten onrechte heeft volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in art. 359, derde lid, Sv - heeft verzuimd met voldoende mate van nauwkeurigheid aan te geven waaraan het de feiten en omstandigheden heeft ontleend die zijn vermeld in zijn hiervoor onder 3.2.2. weergegeven overweging.
3.4. Voor zover het middel hierover beoogt te klagen, is het terecht voorgesteld.
4. Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven van als volgt moet worden beslist.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
Vernietigt de bestreden uitspraak:
Wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president G.J.M. Corstens als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema, B.C. de Savornin Lohman, J.W. Ilsink en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 7 november 2006.