ECLI:NL:HR:2010:BM4302
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onvoldoende motivering bewezenverklaring diefstal koper/aluminium
In deze cassatiezaak betrof het een tenlastelegging van diefstal van een hoeveelheid koper (bliksemafleiders) in de gemeente Duiven, gepleegd in de periode van 19 juli tot en met 23 september 2006. Verdachte werd door het hof Arnhem veroordeeld op basis van een bewezenverklaring die volstond met een opgave van bewijsmiddelen, ondanks dat de verdediging vrijspraak had bepleit.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte kon volstaan met een opgave van bewijsmiddelen conform art. 359, derde lid, Sv, omdat de raadsman vrijspraak had bepleit. Hierdoor was de motivering van de bewezenverklaring ontoereikend. Tevens was onduidelijk of het gestolen goed koper of aluminium betrof, wat het hof oploste door te volstaan met 'enig goed'.
De Hoge Raad vernietigde het arrest uitsluitend voor het onder 3 tenlastegelegde feit, de strafoplegging en de schadevergoedingsmaatregel, en verwees de zaak terug naar het hof Arnhem voor hernieuwde berechting. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: Het arrest van het hof Arnhem wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de bewezenverklaring en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.