ECLI:NL:HR:2007:AZ2475
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- W.A.M. van Schendel
- J. de Hullu
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onbevoegde aanwijzing veiligheidsrisicogebied en onrechtmatig fouilleren
Bij besluit van 20 november 2002 en een verlenging op 26 juni 2003 heeft de burgemeester van Amsterdam een deel van de stad aangewezen als veiligheidsrisicogebied, waar preventief gefouilleerd kan worden op wapens en munitie. Verdachte weigerde op 19 februari 2004 mee te werken aan een dergelijke fouillering en werd vervolgd op grond van art. 184 Sr Pro. Het hof sprak verdachte vrij, omdat de aanwijzingsbesluiten van de burgemeester onvoldoende waren gemotiveerd en daardoor rechtskracht ontbeerden, wat het bevel van de officier van justitie en het daarop gebaseerde fouilleringbevel eveneens ongeldig maakte.
De Hoge Raad bevestigt dat de strafrechter de rechtmatigheid van het aanwijzingsbesluit moet toetsen, waarbij de burgemeester een ruime beoordelingsmarge heeft, maar de motivering deugdelijk en proportioneel moet zijn. De Hoge Raad oordeelt dat de besluiten van de burgemeester een zeer ruime gebieds- en tijdsaanduiding bevatten en dat de motivering ernstig tekortschiet. Hierdoor zijn de besluiten onbevoegd genomen en onverenigbaar met de rechten op persoonlijke vrijheid en privacy zoals beschermd door het EVRM.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug naar het hof Amsterdam voor een nieuwe beoordeling in hoger beroep. De verdachte wordt vrijgesproken van de tenlastelegging wegens het ontbreken van een rechtsgeldig bevel tot fouillering.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens het ontbreken van een rechtsgeldig bevel tot fouillering door onvoldoende gemotiveerde aanwijzing van het veiligheidsrisicogebied.