ECLI:NL:HR:2007:AZ2841
Hoge Raad
- Cassatie
- F.W.G.M. van Brunschot
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Belastingaanslag inkomstenbelasting 1998 en vermogensetikettering woning dienstbaar aan bedrijfsuitoefening
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1998 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd met een belastbaar inkomen van ƒ 291.472. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof Amsterdam, dat het beroep gegrond verklaarde, de uitspraak van de Inspecteur vernietigde en de aanslag verminderde tot een belastbaar inkomen van ƒ 57.284.
Tegen deze uitspraak van het Hof stelde belanghebbende cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De Staatssecretaris van Financiën diende een verweerschrift in en stelde tevens incidenteel cassatieberoep in. De Advocaat-Generaal adviseerde tot ongegrondverklaring van beide beroepen.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van belanghebbende niet tot cassatie konden leiden en dat het incidentele beroep niet behandeld hoefde te worden omdat het alleen ingesteld was voor het geval het principale beroep zou slagen. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep van belanghebbende ongegrond, waarmee de uitspraak van het Hof Amsterdam stand bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep van belanghebbende ongegrond en bevestigt daarmee de uitspraak van het Hof Amsterdam.