ECLI:NL:HR:2007:AZ2895
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- P.C. Kop
- A. Hammerstein
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over termijn voor schadeverhaal werknemer na alcoholgerelateerd ongeval met leaseauto
In deze zaak stond centraal of de werkgever Hekbouw tijdig haar voornemen tot verhaal van schade op werknemer [eiser] had kenbaar gemaakt na een alcoholgerelateerd ongeval met een leaseauto. [Eiser] was als vertegenwoordiger in dienst en had een leaseauto ter beschikking, die total loss raakte na een ongeval onder invloed van alcohol.
De werkgever stelde dat zij de schade van € 8.168,04 aan [eiser] mocht verhalen omdat de WA/casco-verzekering geen dekking bood wegens rijden onder invloed. [Eiser] voerde aan dat Hekbouw niet binnen de in de CAO voorgeschreven termijn van één maand schriftelijk haar verhaal had aangekondigd.
De rechtbank wees de vordering af, maar het hof stelde dat de termijn pas begon te lopen toen de verzekeraar op 11 april 2002 aan Hekbouw mededeelde dat de schade niet werd gedekt. De Hoge Raad vernietigde dit oordeel en stelde dat de termijn begint te lopen zodra de werkgever bekend is met het verlies of de beschadiging en met de omstandigheden die wijzen op opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer, hier op 21 januari 2002.
De zaak werd verwezen naar het hof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling, waarbij de Hoge Raad ook oordeelde dat het voor de termijn niet uitmaakt of de verzekeraar al dan niet dekking verleent. De uitspraak verduidelijkt de uitleg van de CAO-bepaling en de bescherming van werknemers tegen late aansprakelijkstelling.
Uitkomst: De Hoge Raad bepaalt dat de termijn van één maand voor het mededelen van schadeverhaal op de werknemer begint te lopen zodra de werkgever bekend is met het verlies of de beschadiging en de opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer.