ECLI:NL:HR:2007:AZ3534
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- P.C. Kop
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep inzake vordering tot bankgarantie als voorlopige maatregel
Deze zaak betreft een cassatieberoep van eiseres tegen een arrest van het hof Amsterdam, waarin zij niet-ontvankelijk werd verklaard in het hoger beroep tegen verweerster. De vordering betrof een bankgarantie als voorlopige zekerheidstelling voor een bij arbitraal vonnis toegewezen vordering, een voorlopige maatregel in de zin van artikel 24 van Pro het EEX-Verdrag.
De Hoge Raad verwijst naar een eerder arrest van 6 februari 2004 waarin het arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage werd vernietigd en het geding werd verwezen naar het hof Amsterdam. Het hof Amsterdam heeft vervolgens het hoger beroep van eiseres niet-ontvankelijk verklaard en het vonnis van de president van de rechtbank te Rotterdam bekrachtigd.
In cassatie heeft eiseres verweer gevoerd tegen deze beslissing, maar de Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is geen nadere motivering vereist omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.
De Hoge Raad verwerpt het beroep en veroordeelt eiseres in de kosten van het geding in cassatie, begroot op een bedrag van € 2.562,34. Het arrest is gewezen door de vice-president en vier raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 9 februari 2007.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Amsterdam wordt bekrachtigd.