ECLI:NL:HR:2007:AZ4763
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens kennelijke vergissing in bewezenverklaring oplichting Postbank
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage. De zaak betrof medeplegen van oplichting door het aannemen van een valse naam en hoedanigheid om een geldlening van €11.500,- bij de Postbank te verkrijgen.
De Hoge Raad constateerde een kennelijke vergissing in de bewezenverklaring, waarbij de woorden "en/of zijn mededader(s)" ontbraken. Door deze misslag te herstellen, verviel de feitelijke grondslag van het middel. De bewezenverklaring werd aldus verbeterd.
Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, wat strafvermindering rechtvaardigde. De opgelegde gevangenisstraf werd daarom verminderd tot drie jaar en tien maanden. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd tot drie jaar en tien maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn en verbetering van de bewezenverklaring.