ECLI:NL:HR:2007:AZ5449
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- C.A. Streefkerk
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt beroep in cassatie inzake vaststelling Nederlanderschap bij onjuiste persoonsgegevens
Verzoeker heeft bij de rechtbank te 's-Gravenhage verzocht om vaststelling dat hij de Nederlandse nationaliteit bezit. Dit verzoek is gebaseerd op een naturalisatiebesluit dat vóór 1 april 2003 is verleend, maar waarbij onjuiste persoonsgegevens zijn vermeld. Tijdens de mondelinge behandeling wijzigde verzoeker zijn verzoek primair en subsidiair, waarbij hij onder meer stelde dat een derde persoon de Nederlandse nationaliteit heeft verkregen en subsidiair dat hijzelf de nationaliteit heeft verkregen via een Koninklijk Besluit van 2 maart 1999.
De rechtbank wees zowel het primaire als het subsidiaire verzoek af. Verzoeker stelde daarop beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.
De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt daarmee de afwijzing van het verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 23 februari 2007 door raadsheer E.J. Numann en is gewezen door een kamer onder voorzitterschap van vice-president D.H. Beukenhorst.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de afwijzing van het verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap.