ECLI:NL:HR:2007:AZ5714
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- A.J.A. van Dorst
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewijsgebruik ondanks afwijzing verzoek anonieme getuige en vermindert gevangenisstraf wegens termijnoverschrijding
De zaak betreft een strafzaak tegen de verdachte die werd veroordeeld voor medeplegen van moord en wederrechtelijke vrijheidsberoving van twee slachtoffers in november 1998. Het hof sprak hem vrij van een primair tenlastegelegd feit maar veroordeelde hem tot veertien jaar gevangenisstraf met onttrekking aan het verkeer voor medeplegen van moord en andere feiten.
De verdediging verzocht het hof om een anonieme getuige te horen, de zogenaamde 'bron' van een eerder gehoord CIE-informant, omdat deze getuige belangrijke informatie zou kunnen verschaffen die de betrouwbaarheid van verklaringen van een medeverdachte zou aantasten. Dit verzoek werd afgewezen vanwege veiligheidsrisico's voor de getuige en het gevaar dat de identiteit van de bron bekend zou worden.
De Hoge Raad oordeelde dat het gebruik van het proces-verbaal van de politie met een verklaring van een niet-gehoorde persoon niet in strijd is met art. 6 EVRM Pro indien het bewijs door andere middelen voldoende wordt ondersteund. Het hof had voldoende steun voor de betrokkenheid van verdachte in andere bewijsmiddelen. Het oordeel van het hof over het afwijzen van het verzoek tot het horen van de anonieme getuige was feitelijk en slechts beperkt toetsbaar in cassatie. Daarnaast werd de gevangenisstraf verminderd tot dertien jaar en tien maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: De gevangenisstraf werd verminderd tot dertien jaar en tien maanden, het cassatieberoep werd voor het overige verworpen.