ECLI:NL:PHR:2012:BU3486
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest snorren zonder vergunning wegens onvoldoende steunbewijs
Op 5 juni 2007 werd verdachte aangehouden wegens het verrichten van taxivervoer zonder vergunning, een overtreding van artikel 4, tweede lid, van de Wet personenvervoer 2000. Het Hof Amsterdam veroordeelde verdachte op basis van diverse proces-verbalen, waaronder een verklaring van een passagier die verdachte als snorder aanwees. De verdediging voerde aan dat deze getuige niet was gehoord en dat de verklaring daarom niet als bewijs mocht dienen.
De Hoge Raad overweegt dat het gebruik van een verklaring van een niet-gehoorde getuige tegenover de politie niet per definitie verboden is onder artikel 6 EVRM Pro, mits de betrokkenheid van verdachte voldoende wordt ondersteund door ander bewijs. In deze zaak ontbrak die voldoende steun. De overige bewijsmiddelen lieten meerdere scenario's open en konden niet met zekerheid aantonen dat verdachte als snorder optrad.
Daarnaast oordeelde het Hof dat de verklaring van verdachte ongeloofwaardig was, mede vanwege de niet-ondervraagde getuigenverklaring. De Hoge Raad stelt dat het Hof niet zonder meer een verklaring mag gebruiken die essentieel is voor de bewijsvoering als de getuige niet is gehoord. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling wegens onvoldoende steunbewijs voor de getuigenverklaring.