ECLI:NL:HR:2007:AZ6099
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- P.C. Kop
- J.C. van Oven
- C.A. Streefkerk
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Beëindiging partneralimentatie na scheiding in strijd met redelijkheid en billijkheid?
De zaak betreft een geschil tussen voormalige echtelieden over de beëindiging van partneralimentatie op grond van de Wet limitering alimentatie na scheiding (art. II lid 2 WLA). De man verzocht de rechtbank om de alimentatieverplichting te beëindigen, waarna de rechtbank een gefaseerde verlaging van de alimentatie vaststelde met een definitieve beëindiging na vier jaar. De vrouw betwistte dit en eiste een hogere alimentatie.
De rechtbank en het hof wezen de verzoeken van de vrouw af en bekrachtigden de gefaseerde beëindiging. De vrouw stelde cassatie in tegen het oordeel dat de beëindiging niet in strijd was met redelijkheid en billijkheid. De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom rekening houden met de gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid van de vrouw en haar woonlasten niet tot een andere beslissing zou leiden.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof en verwees de zaak naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling en beslissing. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige belangenafweging bij beëindiging van partneralimentatie, met name bij bijzondere omstandigheden zoals arbeidsongeschiktheid en woonlasten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak voor verdere behandeling naar een ander gerechtshof.