ECLI:NL:HR:2007:AZ8025
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- L. Monné
- C.J.J. van Maanen
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-bondenheid Inspecteur aan vaststellingsovereenkomst wegens dwaling
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd over 1999, welke na bezwaar en beroep door het Hof werd gehandhaafd. Belanghebbende stelde in cassatie dat de Inspecteur zich niet op dwaling mocht beroepen omdat hij de voorgenomen beursgang kende en geen aanvullende informatie vroeg, waardoor stukken die relevant waren voor de waardebepaling van aandelen niet ter tafel kwamen.
De Hoge Raad overwoog dat het Hof terecht had geoordeeld dat belanghebbende de relevante stukken spontaan aan de Inspecteur had moeten openbaren, aangezien deze bepalend waren voor de waardebepaling. Het Hof vond het evident dat de Inspecteur aan die stukken belang hechtte en dat belanghebbende niet mocht concluderen dat de Inspecteur de beursgang niet relevant achtte.
De klachten van belanghebbende faalden en de overige middelen in cassatie leidden niet tot beantwoording van rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het incidentele beroep van de Staatssecretaris werd niet behandeld omdat het principale beroep ongegrond werd verklaard. De Hoge Raad wees het beroep af en veroordeelde partijen niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Hof bevestigd.