ECLI:NL:RBHAA:2008:BD7151
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.P.M. van Rijn
- A.M. van Amsterdam
- J.H. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke waardebepaling en huurcorrecties pand met huurderinvesteringen
Eiser en zijn broer kochten in 1997 een pand waarvan de huurovereenkomst met de BV werd voortgezet. De huurder had in 1992-1993 investeringen gedaan die het vloeroppervlak aanzienlijk uitbreidden. De waarde van het pand, de afschrijving, de terugbetalingsverplichting en de zakelijkheid van de huur stonden centraal in het geschil.
De rechtbank oordeelde dat eiser geen misbruik van procesrecht maakte en dat verweerder niet gebonden was aan de minnelijke waardering van 16 februari 2001, omdat eiser niet volledig had geïnformeerd over de huurderinvesteringen. De waarde van het pand werd vastgesteld op €2.000.000, waarbij rekening werd gehouden met het onderscheid tussen verhuurde en door de huurder aangebrachte oppervlakte.
Verder werd vastgesteld dat de afschrijving beperkt was tot €20.000 per jaar en dat de huur voor 1999, 2000 en 2001 met €20.000 per jaar moest worden verhoogd. De terugbetalingsverplichting werd niet meegenomen in de waardering voor de terbeschikkingstellingsregeling. De aanslagen inkomstenbelasting werden dienovereenkomstig verminderd en verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De aanslagen inkomstenbelasting 1999-2001 worden verminderd op basis van een pandwaarde van €2.000.000, aangepaste huurcorrecties en afschrijving; beroep gegrond verklaard.