ECLI:NL:HR:2007:AZ9108
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Splitsing en toerekening van vergoeding bij stallingsdiensten paarden
Belanghebbende, een paardenstalhouder, kreeg naheffingsaanslagen en boetes opgelegd voor de jaren 1999 en 2000 vanwege onjuiste splitsing van een vergoeding voor stallingsdiensten. Het hof had de naheffingsaanslag voor 1999 verminderd maar de aanslag voor 2000 gehandhaafd.
De kern van het geschil betrof de wijze waarop een in één bedrag uitgedrukte vergoeding moest worden gesplitst tussen de vrijgestelde verhuur van een paardenbox en de overige diensten zoals verzorging en medegebruik van faciliteiten. Het hof oordeelde dat de marktwaardemethode niet toepasbaar was vanwege het ontbreken van vergelijkingsgegevens en dat de methode van werkelijke kosten gebaseerd moest zijn op historische kostprijzen, wat de Hoge Raad onjuist achtte.
De Hoge Raad stelt dat bij de waardering van de kale boxverhuur de vervangingswaarde moet worden gebruikt, gecorrigeerd voor veroudering en met een redelijke vergoeding voor vermogensbeslag en ondernemersloon. Tevens moet rekening worden gehouden met eventuele verschillen in winstmarges tussen de diensten. Het arrest vernietigt het hofarrest en verwijst de zaak terug voor herbeoordeling volgens deze maatstaven.
Uitkomst: Het arrest vernietigt het hofarrest en verwijst de zaak terug voor herbeoordeling met inachtneming van de juiste waarderingsmethode.