ECLI:NL:HR:2007:BA3128
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- J.P. Balkema
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling strafmotivering onvoorwaardelijke gevangenisstraf wegens overtreding Opiumwet
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie maanden wegens het vervoeren, verkopen en verstrekken van cocaïne, in strijd met artikel 2 onder Pro B en C van de Opiumwet.
De verdachte voerde aan dat de straf onvoldoende was gemotiveerd. Het hof had de strafoplegging gemotiveerd met verwijzing naar de ernst van het feit, eerdere veroordelingen van verdachte en de omstandigheden waaronder het feit was gepleegd. Het hof achtte een lichtere sanctie dan onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming niet passend.
De Advocaat-Generaal concludeerde tot vernietiging van de strafoplegging, maar de Hoge Raad oordeelde dat de strafmotivering voldoet aan de eisen van artikel 359, vijfde en zesde lid, van het Wetboek van Strafvordering. Het cassatieberoep werd daarom verworpen.
Het arrest bevestigt dat bij overtredingen van de Opiumwet waarbij sprake is van recidive en ernst van het feit, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend kan zijn mits de motivering voldoet aan wettelijke eisen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden wegens overtreding van de Opiumwet.