ECLI:NL:HR:2011:BP0096
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- W.M.E. Thomassen
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over bedreiging en belaging wegens onvoldoende motivering
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage inzake bedreiging met zware mishandeling en belaging (art. 285 en Pro 285b Sr).
Het hof had bewezen verklaard dat verdachte op 17 maart 2008 een persoon bedreigde door dreigend veel gas te geven terwijl de koppeling ingetrapt bleef, en dat verdachte in de periode april-mei 2008 stelselmatig inbreuk maakte op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer door meerdere malen in diens straat te verschijnen en telefonisch contact te zoeken.
De Hoge Raad oordeelt dat de enkele vaststelling dat verdachte gas gaf terwijl het slachtoffer vlak voor de auto liep en dat het slachtoffer zich bedreigd voelde onvoldoende is om bedreiging met zware mishandeling aan te nemen. Tevens oordeelt de Hoge Raad dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd dat de gedragingen van verdachte een stelselmatige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer vormden zoals bedoeld in art. 285b Sr.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest voor zover het gaat om deze bewezenverklaringen en de strafoplegging, en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
De uitspraak is gewezen door de vice-president Koster en raadsheren Thomassen en Loth op 22 maart 2011.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en onjuiste rechtsopvatting, en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.