ECLI:NL:HR:2007:BA4910
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- C.A. Streefkerk
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vervroegde onteigening voor aanleg N219 ondanks geschil over perceelsgrootte
De Provincie Zuid-Holland heeft vervroegde onteigening gevorderd van een perceelsgedeelte van ongeveer 3 hectare ten behoeve van de aanleg van de N219. De rechtbank heeft deze vervroegde onteigening uitgesproken en een voorschot op de schadeloosstelling vastgesteld.
De eigenaren voerden in hoger beroep aan dat ten tijde van de terinzagelegging onduidelijk was welk perceelsgedeelte precies onteigend zou worden, waardoor het Koninklijk Besluit niet in redelijkheid had kunnen worden bekrachtigd. Ook stelden zij dat het minnelijk overleg niet volledig was geweest.
De Hoge Raad oordeelt dat het object van het minnelijk overleg steeds duidelijk is geweest: een strook grond aan de noordwestzijde van het perceel. Kleine verschillen in oppervlakte en een kennelijke schrijffout in de brief van de Provincie leiden niet tot ontoelaatbare onduidelijkheid. Verder was er een redelijk doch vruchteloos minnelijk overleg vóór de terinzagelegging. Het beroep wordt verworpen en de kosten worden aan de eigenaren opgelegd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vervroegde onteigening blijft in stand.