ECLI:NL:HR:2007:BA5801
Hoge Raad
- Cassatie
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens gegronde vrees voor niet-naleving
De schuldenares heeft bij de rechtbank 's-Gravenhage een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling op grond van artikel 288 lid 1 onder Pro b F. De rechtbank wees dit verzoek bij beschikking af op 10 augustus 2005. De schuldenares ging in hoger beroep bij het gerechtshof te 's-Gravenhage, dat het vonnis van de rechtbank bij arrest van 24 januari 2006 bekrachtigde.
Tegen dit arrest stelde de schuldenares beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten in het cassatiemiddel niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee de afwijzing van het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wegens gegronde vrees voor niet-naleving. Het arrest is gewezen door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Hammerstein en Bakels en in het openbaar uitgesproken door Asser op 13 juli 2007.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens gegronde vrees voor niet-naleving.