ECLI:NL:HR:2007:BA6236
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- E.J. Numann
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatie in schadevergoeding wegens wanprestatie bank
Eiser vorderde van de bank een schadevergoeding wegens wanprestatie in verband met het voortzetten van de liquidatie van zijn effectenportefeuille. Na meerdere tussenvonnissen en een vonnis van de rechtbank werd de bank veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 11.029,73 met rente. Eiser stelde hoger beroep in, maar het gerechtshof verklaarde hem niet-ontvankelijk in hoger beroep tegen een tussenvonnis en bekrachtigde de overige vonnissen.
Tegen dit arrest van het hof stelde eiser beroep in cassatie bij de Hoge Raad. De Hoge Raad ontving conclusies van de Advocaat-Generaal die tot verwerping van het cassatieberoep strekten. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt eiser in de kosten van het geding in cassatie. Hiermee blijft de eerdere beslissing van het gerechtshof in stand en wordt de vordering van eiser grotendeels afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de eerdere afwijzing van de schadevergoeding.