ECLI:NL:HR:2007:BA6316
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt opzet bij bezit kinderpornografische afbeeldingen via KaZaA
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd bewezenverklaard dat hij in augustus 2003 kinderpornografische afbeeldingen in bezit had via het peer-to-peer programma KaZaA. Verdachte had uit nieuwsgierigheid bestanden gedownload en deze enkele dagen op de computer van zijn vader laten staan, waarna hij ze op een cd brandde.
Het hof oordeelde dat verdachte opzettelijk deze afbeeldingen in bezit had, ondanks zijn stelling dat hij niet wist dat de bestanden opgeslagen werden en dat hij de bestanden pas na enkele dagen bekeek. Verdachte voerde aan dat hij niet wist dat bestanden automatisch werden gedeeld via de map "shared files" en dat KaZaA niet toestond bestanden te openen vóór het downloaden.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof dat verdachte opzettelijk kinderpornografische afbeeldingen in bezit had. De verklaringen van verdachte tonen aan dat hij bewust naar dergelijke bestanden zocht, deze downloadde en wist dat ze werden opgeslagen. Het hof heeft dit oordeel met voldoende motivering gegeven en het cassatieberoep wordt verworpen.
De Hoge Raad wijst ook op het feit dat het bezit van kinderpornografie ook al strafbaar is als de bestanden slechts enkele dagen zijn opgeslagen, en dat het gebruik van KaZaA als peer-to-peer systeem inhoudt dat bestanden automatisch gedeeld kunnen worden, maar dat dit niet leidt tot vrijspraak van bezit. Het arrest werd gewezen door de vice-president Corstens en raadsheren Ilsink en Thomassen op 11 september 2007.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat verdachte opzettelijk kinderpornografische afbeeldingen in bezit had via KaZaA en verwerpt het cassatieberoep.