ECLI:NL:HR:2007:BA7627

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 september 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C06/115HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging aansprakelijkheid energieleverancier ondanks uitsluiting in algemene voorwaarden

In deze civiele zaak vorderde eiseres vergoeding van schade veroorzaakt door een storing in de elektriciteitstoevoer door Essent Retail Energie. Essent verweerde zich onder meer met een uitsluiting van aansprakelijkheid in haar algemene voorwaarden. De rechtbank veroordeelde Essent tot schadevergoeding, maar het gerechtshof vernietigde dit vonnis en veroordeelde eiseres tot betaling van een bedrag aan Essent.

Eiseres stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van eiseres niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.

De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van eiseres en veroordeelde haar in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee bleef het arrest van het hof in stand, waarin eiseres werd veroordeeld tot betaling aan Essent. De zaak betreft de uitleg en toepassing van uitsluitingsclausules in algemene voorwaarden van een energieleverancier bij schade door stroomstoringen.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en zij wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.

Uitspraak

21 september 2007
Eerste Kamer
Nr. C06/115HR
MK/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. A.H. Vermeulen,
t e g e n
ESSENT RETAIL ENERGIE,
gevestigd te 's-Hertogenbosch,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. G. Snijders.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en Essent.
1. Het geding in feitelijke instanties
[Eeiseres] heeft bij exploot van 10 december 2001 Essent gedagvaard voor de rechtbank te 's-Hertogenbosch en gevorderd, kort gezegd, Essent te veroordelen om aan [eiseres] te vergoeden de door [eiseres] geleden schade, met rente en kosten.
Essent heeft de vordering bestreden en, in voorwaardelijke reconventie, gevorderd, kort gezegd, [eiseres] te veroordelen om aan Essent te betalen een bedrag van € 265.750,03, met rente en kosten.
De rechtbank heeft bij vonnis van 31 maart 2004 Essent veroordeeld tot betaling van de door [eiseres] geleden schade, met rente en kosten.
Tegen dit vonnis heeft Essent hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. [Eiseres] heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.
Bij arrest van 10 januari 2006 heeft het hof in het principale en incidentele hoger beroep het vonnis van de rechtbank vernietigd en [eiseres] veroordeeld tot betaling aan Essent van een bedrag van € 265.750,03, met rente en kosten.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Essent heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Essent begroot op € 5.905,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, A.M.J. van Buchem-Spapens, F.B. Bakels en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de president W.J.M. Davids op 21 september 2007.