ECLI:NL:PHR:2011:BO7108
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing en informatieplicht bij algemene voorwaarden in contract tussen First Data en Attingo
In deze zaak staat centraal de vraag of First Data heeft voldaan aan haar informatieplicht bij het gebruik van de Fenit-voorwaarden in haar contracten met Attingo. Het hof oordeelde dat het enkel verwijzen naar de voorwaarden via internet onvoldoende is om aan de norm van artikel 6:233 sub b jo Pro 6:234 BW te voldoen. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en benadrukt dat de gebruiker de algemene voorwaarden vóór of bij het sluiten van de overeenkomst daadwerkelijk ter hand moet stellen, tenzij dit redelijkerwijs niet mogelijk is.
First Data voerde aan dat Attingo de voorwaarden via internet had kunnen vinden, maar de Hoge Raad wijst dit af. De informatieplicht rust op de gebruiker en kan niet worden afgedaan met de mogelijkheid dat de wederpartij via een zoekmachine de voorwaarden kan opzoeken. Ook de stelling dat Attingo als professioneel bedrijf bekend had moeten zijn met de voorwaarden, leidt niet tot een ander oordeel zonder nadere onderbouwing.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat het hof terecht heeft geoordeeld dat de proceskostenveroordeling in het principaal appel onjuist was gecompenseerd, omdat onderscheid gemaakt moet worden tussen kosten in conventie en reconventie. Verder bevestigt de Hoge Raad dat de factuur voor de koppeling met CCV niet in rekening gebracht mag worden omdat deze koppeling gratis was aangeboden als pilot-project. Het bewijsaanbod van First Data op dit punt is daarom niet relevant.
De Hoge Raad vernietigt het arrest voor zover het de proceskosten betreft en overweegt de zaak op dat punt zelf af te doen. De overige klachten van First Data worden verworpen en het arrest van het hof wordt in die onderdelen bekrachtigd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat verwijzing naar algemene voorwaarden op internet onvoldoende is en vernietigt het arrest voor zover het de proceskosten betreft.