ECLI:NL:HR:2007:BA7911
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid 100%-controle en bewezenverklaring voorwaardelijk opzet invoer cocaïne
In deze strafzaak is verdachte veroordeeld voor het opzettelijk invoeren van ruim 491 gram cocaïne via Schiphol, aangetroffen in een geleende sporttas die zij als ruimbagage had ingecheckt. De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam, dat de verdachte veroordeelde tot zes maanden gevangenisstraf waarvan twee voorwaardelijk.
De Hoge Raad oordeelde dat de 100%-controle door douaneambtenaren op Schiphol, waarbij de tas van verdachte werd onderzocht, een toereikende wettelijke grondslag heeft in artikel 8j Opiumwet in samenhang met artikelen 5:11 en 5:18 van de Algemene wet bestuursrecht. Voor deze controle is geen verdenking vereist. Tevens werd geoordeeld dat de bewijsmotivering van het hof, ondanks een feitelijke onjuistheid over het vervoeren van de tas 'op verzoek van' een ander in plaats van het lenen ervan, toereikend is voor het bewezenverklaarde voorwaardelijk opzet.
De Hoge Raad verwierp alle middelen van cassatie, waaronder het verweer dat het bewijs onrechtmatig was verkregen en dat de verdachte onherstelbaar in haar belangen was geschaad. Het hof had terecht vastgesteld dat de verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaardde dat de tas cocaïne bevatte, mede gezien de herkomst uit Curaçao, een bekende uitvalsbasis voor drugstransporten.
Het cassatieberoep werd verworpen en het arrest van het hof bleef in stand. De strafrechtelijke veroordeling tot zes maanden gevangenisstraf, waarvan twee voorwaardelijk, werd daarmee bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot zes maanden gevangenisstraf, waarvan twee voorwaardelijk, wordt bevestigd.