ECLI:NL:HR:2007:BA7918
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt bijzondere voorwaarde reisbeperking wegens schending bewegingsvrijheid
De zaak betreft een verdachte die op 22 april 2006 op Curaçao werd veroordeeld wegens het opzettelijk uitvoeren van 1425 gram cocaïne. Het Gerecht in Eerste Aanleg en het Hof legden een voorwaardelijke gevangenisstraf op met een bijzondere voorwaarde dat de verdachte gedurende twee jaar de proeftijd Curaçao niet mocht verlaten, behoudens schriftelijke ontheffing van het Openbaar Ministerie.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het vonnis, waarbij de Hoge Raad oordeelde dat de bewezenverklaring onvoldoende was gemotiveerd met betrekking tot de hoeveelheid cocaïne. Daarnaast werd de bijzondere voorwaarde van reisbeperking getoetst aan internationale verdragsbepalingen over bewegingsvrijheid, zoals artikel 12 IVBPR Pro en artikel 2 van Pro het Vierde Protocol bij het EVRM.
De Hoge Raad stelde vast dat de opgelegde bijzondere voorwaarde niet voldeed aan de eis dat deze het gedrag van de veroordeelde moet betreffen en dat de beperking van de bewegingsvrijheid niet in verhouding stond tot het doel. De voorwaarde was daarmee ontoelaatbaar en werd vernietigd. De zaak werd terugverwezen naar het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba voor hernieuwde berechting en afdoening.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis wegens ontoelaatbare reisbeperking en onvoldoende motivering en verwijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.