Conclusie
inhoudende als verklaring van aangeefster [aangeefster]:
Ik ben namens de benadeelde [benadeelde 1] gerechtigd tot het doen van aangifte. Ik was op 15 november 2013 werkzaam te Huizen.
Ik hoorde dat [betrokkene 1] een meneer aan de telefoon kreeg, die zij op speaker zette, zodat wij hem konden verstaan. Ik hoorde dat de man die zij aan de telefoon had zei: "wie heb je gesproken dan ". Ik hoorde dat [betrokkene 1] toen de namen gaf van de collega's die haar zaak in behandeling hadden. Ik hoorde dat ze ook de naam [benadeelde 1] noemde. Ik hoorde dat de man toen zei: "ik kom daar naar toe, ik maak ze dood”.
Ik heb op dezelfde dag tegen [benadeelde 1] gezegd dat hij bedreigd was door de man.
als verklaring van getuige [betrokkene 2]:
Ik was op 15 november 2013 aan het werk bij de gemeente te Huizen. Mijn collega was een jongedame aan het helpen. (...) Ze zette het telefoongesprek op de speaker. Ik hoorde dat de manspersoon door de telefoon vroeg wat de namen waren van mijn collega ’s.
Het verbaasde mij dat zij namen doorgaf van twee personen. Ik hoorde dat de manspersoon door de telefoon kwaad werd en zei: “Ik kom wel langs en ik ga ze vermoorden".
als verklaring van getuige [betrokkene 3]:
Ik was op 15 november 2013 werkzaam bij de gemeente te Huizen. (...) De dame belde een persoon op met haar mobiele telefoon. Ik hoorde dat zij haar telefoon op de speaker zette en ik hoorde een manspersoon praten.
Ik hoorde dat de man aan de telefoon vroeg wat de namen waren van de medewerkers die haar niet wilde helpen. Ik hoorde dat de dame een naam noemde. Ik ben vergeten wat de man precies aan de telefoon heeft gezegd, maar ik weet wel dat het geen leuke dingen waren. Ik hoorde dat hij zei: “Ik kom dan wel even langs”.
nietuit de mond van cliënt zelf hebben vernomen - maar die hem/haar via [aangeefster] zou hebben bereikt.
, mede gelet op de context, redelijke vrees kon doen ontstaan dat zijn of haar leven op het spel stond; alleen dan is sprake van bedreiging.
zou bereiken en door hem/haar als bedreigend zou worden opgevat.
daadwerkelijk heeft bereikt.
Ad (1) - Redelijke vrees ontstaan?
zelf nietpersoonlijk is bedreigd maar dat zij enkel de bedreiging heeft gehoord en omwille van het protocol in het kader van geweld tegen medewerkers van de publieke sector aangifte wilde doen.
drie dagen nahet telefoongesprek heeft gemeend aangifte te moeten doen hetgeen erop duidt dat ook zij het voorval minder ernstig opvatte dan dat zij later in de aangifte wil doen vermoeden. Indien er sprake is van een zodanige bedreiging dan zou je toch direct naar de politie gaan om hiervan melding te maken teneinde bescherming te krijgen.
Ad (2) — Bedreiging ook daadwerkelijk geuit en voorwaardelijk opzet?
“Ik kom dan wel even langs of woorden van gelijke strekking.”
nietgesproken.
tegenwaar het gaat om de vraag wie er dan bedreigd zou zijn.
‘Ik antwoordde toen aan mijn vriend: “Ze lopen weg, ze willen het niet horen of reageren, dus laat maar gillen.”
Ad (3): bedreiging [benadeelde 1] […] bereikt?
vrijte spreken.”