ECLI:NL:HR:2007:BB3360
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vragen over BTW-heffing bij diensten buiten Nederland en herziening van ten onrechte gefactureerde BTW
Belanghebbende, actief in het verhuren en opbouwen van stands voor beurzen in andere lidstaten en derde landen, bracht BTW in rekening aan de Economische Voorlichtingsdienst (EVD), een publiekrechtelijk lichaam zonder recht op aftrek van BTW. De Inspecteur stelde vast dat deze BTW niet in Nederland verschuldigd was en verleende teruggaaf onder de voorwaarde van het uitreiken van creditfacturen. Na controle bleek dat belanghebbende deze creditfacturen niet had uitgereikt, waarop de Inspecteur naheffing oplegde.
Het Hof oordeelde dat herstel van de onjuistheid van de facturering niet essentieel was vanwege het ontbreken van aftrekrecht bij de afnemer, en vernietigde de naheffingsaanslag. De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in tegen dit oordeel. De Hoge Raad onderzoekt of artikel 21 lid 1 aanhef Pro en letter c van de Zesde richtlijn en artikel 37 Wet Pro OB 1968 van toepassing zijn op diensten die buiten Nederland worden verricht en of lidstaten mogen eisen dat een herstelfactuur wordt uitgereikt bij herziening van ten onrechte gefactureerde BTW aan een afnemer zonder aftrekrecht.
De Hoge Raad verzoekt het Hof van Justitie om prejudiciële beslissing over deze vragen en schorst het geding totdat het Hof uitspraak doet. Dit arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 30 november 2007.
Uitkomst: De Hoge Raad schorst het geding en verzoekt het Hof van Justitie om prejudiciële uitspraak over de toepassing van BTW-regels bij diensten buiten Nederland en herziening van ten onrechte gefactureerde BTW.