ECLI:NL:HR:2007:BB3439
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- Rechtspraak.nl
Geen aftrek van kosten voor gesproken lectuur en verlichting voor visueel gehandicapten
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1999 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd, die na bezwaar door de Inspecteur werd verminderd. Het hof verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond, vernietigde de Inspecteursuitspraak en verminderde de aanslag verder. Zowel belanghebbende als de Staatssecretaris stelden cassatieberoep in tegen het arrest van het hof.
De Hoge Raad oordeelt dat gesproken lectuur en extra verlichting niet kwalificeren als hulpmiddelen in de zin van artikel 46, lid 3, Wet IB 1964, omdat deze ook door gezonde personen worden gebruikt en niet naar hun aard een gestoorde lichaamsfunctie kunnen overnemen. Het hof had ten onrechte geoordeeld dat deze middelen een bijzondere hoedanigheid bezitten die aftrek rechtvaardigt.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof, behoudens het onderdeel over griffierecht, en verklaart het beroep van belanghebbende ongegrond en dat van de Staatssecretaris gegrond. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De zaak wordt daarmee afgedaan.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en oordeelt dat kosten voor gesproken lectuur en verlichting niet aftrekbaar zijn als hulpmiddelen voor visueel gehandicapten.