ECLI:NL:HR:2007:BB4206
Hoge Raad
- Cassatie
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.C. van Oven
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Vaststelling kinderalimentatie tussen voormalige echtelieden
De vrouw verzocht bij de rechtbank Amsterdam om vaststelling van een maandelijkse bijdrage van €300 door de man voor de verzorging en opvoeding van hun minderjarige kind. De rechtbank wees dit verzoek toe op 8 februari 2006. De man ging hiertegen in hoger beroep bij het gerechtshof Amsterdam en verzocht om vernietiging van de beschikking en vaststelling van de alimentatie op nihil of een door het hof te bepalen bedrag. Het hof bekrachtigde op 7 december 2006 de beschikking van de rechtbank. Vervolgens stelde de man beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad beoordeelde het cassatieberoep en stelde vast dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden. Gezien artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie was nadere motivering niet vereist omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarop verwerpt de Hoge Raad het beroep van de man en bevestigt daarmee de eerdere beslissingen van rechtbank en hof. De beschikking tot vaststelling van kinderalimentatie blijft ongewijzigd van kracht.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de vaststelling van kinderalimentatie van €300 per maand.