ECLI:NL:HR:2007:BB4206

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 oktober 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
R07/050HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling kinderalimentatie tussen voormalige echtelieden

De vrouw verzocht bij de rechtbank Amsterdam om vaststelling van een maandelijkse bijdrage van €300 door de man voor de verzorging en opvoeding van hun minderjarige kind. De rechtbank wees dit verzoek toe op 8 februari 2006. De man ging hiertegen in hoger beroep bij het gerechtshof Amsterdam en verzocht om vernietiging van de beschikking en vaststelling van de alimentatie op nihil of een door het hof te bepalen bedrag. Het hof bekrachtigde op 7 december 2006 de beschikking van de rechtbank. Vervolgens stelde de man beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad beoordeelde het cassatieberoep en stelde vast dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden. Gezien artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie was nadere motivering niet vereist omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Daarop verwerpt de Hoge Raad het beroep van de man en bevestigt daarmee de eerdere beslissingen van rechtbank en hof. De beschikking tot vaststelling van kinderalimentatie blijft ongewijzigd van kracht.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de vaststelling van kinderalimentatie van €300 per maand.

Uitspraak

12 oktober 2007
Eerste Kamer
Rek.nr. R07/050HR
RM/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. F.M. Ruitenbeek-Bart.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 29 april 2005 ter griffie van de rechtbank Amsterdam ingediend verzoekschrift heeft de vrouw zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd, te bepalen dat de man € 300,-- per maand zal betalen als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van het minderjarige kind van partijen, [het kind].
De man heeft het verzoek bestreden.
De rechtbank heeft bij beschikking van 8 februari 2006 het verzoek van de vrouw toegewezen.
Tegen deze beschikking heeft de man hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De man heeft verzocht de bestreden beschikking te vernietigen en de kinderalimentatie op nihil te stellen, althans op een zodanig bedrag als het hof juist acht.
Bij beschikking van 7 december 2006 heeft het hof de beschikking waarvan beroep bekrachtigd.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 12 oktober 2007.