ECLI:NL:GHAMS:2010:BO1696
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toekenning proceskostenvergoeding in hoger beroep belastingaanslag 2004
Belanghebbende was het niet eens met de aanslag inkomstenbelasting 2004 en stelde beroep in bij de rechtbank, die het beroep deels gegrond verklaarde door aftrek van buitengewone uitgaven toe te staan. In hoger beroep overwoog het hof dat aanvullende bewijsstukken over medische kilometers, gezinshulp en tandartskosten alsnog in aanmerking moesten worden genomen, wat leidde tot een verdere vermindering van het belastbaar inkomen.
De inspecteur had een fout gemaakt door bij de berekening van de vermindering de wettelijke verhoging van 65% op de extra gezinshulp niet toe te passen. Hoewel belanghebbende de bewijsstukken laat had ingediend, was de noodzaak tot hoger beroep niet uitsluitend aan haar toe te rekenen, omdat de inspecteur zelf een fout had gemaakt.
Daarom werd belanghebbende in het gelijk gesteld en werd de aanslag verminderd tot een belastbaar inkomen van € 13.370. Tevens werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van belanghebbende in hoger beroep en het griffierecht. De uitspraak werd gedaan door het hof op 19 oktober 2010.
Uitkomst: Het hof vermindert de aanslag en kent proceskostenvergoeding toe aan belanghebbende.