ECLI:NL:HR:2007:BB6184

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 december 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C06/204HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:680a BWArt. 7:625 BWArt. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging ontslag en rechterlijke matiging loonvordering op grond van art. 7:680a BW

Eiser heeft Van Gend & Loos gedagvaard wegens het niet betalen van salaris vanaf 7 mei 2002. De kantonrechter wees de vordering toe, maar het gerechtshof vernietigde dit vonnis gedeeltelijk en matigde de loonvordering tot 50% van het salaris over de periode tot januari 2005, met wettelijke verhoging en vakantiebijslag. Eiser stelde beroep in cassatie in tegen deze uitspraak.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten geen aanleiding geven tot cassatie en bevestigde de matiging van de loonvordering op grond van artikel 7:680a BW. Daarbij werd de omstandigheid betrokken dat de werknemer elders heeft gewerkt of een uitkering heeft ontvangen. De Hoge Raad veroordeelde eiser tevens in de kosten van het geding in cassatie.

Dit arrest bevestigt de mogelijkheid tot rechterlijke matiging van loonvorderingen na vernietiging van ontslag en verduidelijkt de maatstaf bij het betrekken van de omstandigheden van de werknemer na ontslag.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de matiging van de loonvordering na vernietiging van het ontslag.

Uitspraak

21 december 2007
Eerste Kamer
Nr. C06/204HR
MK/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: aanvankelijk mr. W.B. Teunis, thans mr. M.L. Kleyn,
t e g e n
VAN GEND & LOOS B.V.,
gevestigd te Houten,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. R.A.A. Duk.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Van Gend & Loos.
1. Het geding in feitelijke instanties
[Eiser] heeft bij exploot van 27 augustus 2002 Van Gend & Loos gedagvaard voor de kantonrechter te Utrecht en gevorderd, kort gezegd, Van Gend & Loos te veroordelen om aan [eiser] te betalen het salaris vanaf 7 mei 2002 van € 1.781,-- bruto per maand, met de wettelijke verhoging als bedoeld in art. 7:625 BW Pro, alsmede het vakantiegeld van 8% per jaar over het brutosalaris, met rente en kosten.
Van Gend & Loos heeft de vordering bestreden.
De kantonrechter heeft bij vonnis van 26 februari 2003 de vordering toegewezen.
Tegen dit vonnis heeft Van Gend & Loos hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Na tussenarresten van 21 oktober 2004 en 10 november 2005 heeft het hof bij eindarrest van 27 april 2006 het vonnis van de kantonrechter vernietigd, behalve voor wat betreft de proceskostenveroordeling en, in zoverre opnieuw rechtdoende, Van Gend & Loos veroordeeld om aan [eiser] te betalen 50% van het loon van € 1.781,-- bruto per maand over de periode van 7 mei 2002 tot 10 januari 2005, vermeerderd met 40% wettelijke verhoging en met 50% van de vakantiebijslag over het bruto loon van 8% per jaar, met rente.
Het tussenarrest van 10 november 2005 en het eindarrest van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen deze arresten van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Van Gend & Loos heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Van Gend & Loos begroot op € 176,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 21 december 2007.