ECLI:NL:HR:2007:BB6184
Hoge Raad
- Cassatie
- P.C. Kop
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ontslag en rechterlijke matiging loonvordering op grond van art. 7:680a BW
Eiser heeft Van Gend & Loos gedagvaard wegens het niet betalen van salaris vanaf 7 mei 2002. De kantonrechter wees de vordering toe, maar het gerechtshof vernietigde dit vonnis gedeeltelijk en matigde de loonvordering tot 50% van het salaris over de periode tot januari 2005, met wettelijke verhoging en vakantiebijslag. Eiser stelde beroep in cassatie in tegen deze uitspraak.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten geen aanleiding geven tot cassatie en bevestigde de matiging van de loonvordering op grond van artikel 7:680a BW. Daarbij werd de omstandigheid betrokken dat de werknemer elders heeft gewerkt of een uitkering heeft ontvangen. De Hoge Raad veroordeelde eiser tevens in de kosten van het geding in cassatie.
Dit arrest bevestigt de mogelijkheid tot rechterlijke matiging van loonvorderingen na vernietiging van ontslag en verduidelijkt de maatstaf bij het betrekken van de omstandigheden van de werknemer na ontslag.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de matiging van de loonvordering na vernietiging van het ontslag.