ECLI:NL:HR:2008:AZ8524
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over weigering fusiefaciliteit bij bedrijfsfusie gericht op ontgaan overdrachtsbelasting
Belanghebbende wilde een bedrijfsfusie uitvoeren waarbij onderneming en onroerende zaken werden ingebracht in een andere vennootschap, gevolgd door een aandelenoverdracht, met als doel het samenbrengen van twee panden in één onderneming. De Inspecteur stelde dat de fusie hoofdzakelijk was gericht op het ontgaan van overdrachtsbelasting en vennootschapsbelasting, en wees de fusiefaciliteit af. Het Hof verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de gekozen omweg van de fusie niet door zakelijke overwegingen was ingegeven, maar kunstmatig was om belastingheffing te vermijden.
Belanghebbende stelde in cassatie onder meer dat het Hof ten onrechte de bewijslast bij hem had gelegd en dat de fusiefaciliteit onterecht werd geweigerd. De Hoge Raad bevestigde dat het Hof terecht had geoordeeld dat de fusie niet op zakelijke gronden was gebaseerd en dat de bewijslastverdeling niet was geschonden. Vervolgens stelde de Hoge Raad de prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie of het ontgaan van overdrachtsbelasting kan worden beschouwd als belastingfraude of -ontwijking in de zin van de Fusierichtlijn.
De Hoge Raad schorst het geding totdat het Hof van Justitie uitspraak doet en benadrukt dat overdrachtsbelasting niet valt onder de belastingen waarop de fusiefaciliteit van toepassing is, maar dat het ontgaan daarvan toch kan meespelen bij de beoordeling van belastingontwijking. Dit arrest verduidelijkt de reikwijdte van de fusiefaciliteiten en de toetsing aan Europese regelgeving.
Uitkomst: De Hoge Raad schorst de procedure en verzoekt het Hof van Justitie om prejudiciële uitspraak over de uitleg van de Fusierichtlijn inzake het ontgaan van overdrachtsbelasting.