ECLI:NL:HR:2008:BB3898
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- C.J.J. van Maanen
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen successierechtheffing op levensverzekeringsovereenkomst met erflater als verzekeraar
Belanghebbende ontving een uitkering van twee miljoen gulden uit een levensverzekeringsovereenkomst waarbij de erflater zowel verzekeraar als verzekerde was. De Inspecteur legde successierecht op deze verkrijging, maar het Hof verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en vernietigde de aanslag.
De Minister stelde beroep in cassatie in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad overwoog dat de overeenkomst zakelijk was en dat de uitkering niet als een bevoordeling van belanghebbende kon worden gezien, aangezien de erflater zich als verzekeraar verplichtte tot uitkering bij overlijden. De premies waren jaarlijks geschonken en de uitkering kwam niet ten laste van het vermogen van de erflater in de zin van de Successiewet.
Het beroep van de Minister faalde, mede omdat het leerstuk van fraus legis niet van toepassing was en het Hof het motief van belastingbesparing niet als doorslaggevend had beoordeeld. De Hoge Raad bevestigde daarmee het oordeel van het Hof en veroordeelde de Staatssecretaris van Financiën in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Minister van Financiën wordt ongegrond verklaard en de aanslag successierecht op de levensverzekeringsovereenkomst wordt vernietigd.