ECLI:NL:HR:2008:BB4406
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- L. Monné
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toepassing WOZ-waarde woning in aanbouw voor inkomstenbelasting 2002
Belanghebbende had voor het jaar 2002 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd gekregen, die na bezwaar en beroep bij de Rechtbank en het Hof werd verminderd op basis van een belastbaar inkomen uit werk en woning van €36.680. De kern van het geschil betrof de vraag welke WOZ-waarde van toepassing was voor de eigenwoningwaarde van een woning die in aanbouw was en in 2002 werd betrokken.
De Hoge Raad overwoog dat op 1 januari 2001 de woning in aanbouw was en dat de Wet IB 2001 bepaalt dat de eigenwoningwaarde wordt vastgesteld op basis van de WOZ-waarde die voor het tijdvak waarin het kalenderjaar valt is vastgesteld. De WOZ-beschikking van 31 maart 2002, die de waarde voor het tijdvak 1 januari 2001 tot en met 31 december 2004 vaststelde, was daarmee bepalend voor de eigenwoningwaarde in 2002.
De Hoge Raad verwierp het argument dat een nieuwe WOZ-beschikking per 1 januari 2002 ontbrak en dat artikel 3.112 lid 3 Wet IB 2001 van toepassing zou zijn. De uitspraak van het Hof werd bevestigd en het beroep van de Minister van Financiën ongegrond verklaard. De Staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Minister van Financiën wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van de woning in aanbouw geldt als eigenwoningwaarde voor 2002.