ECLI:NL:HR:2008:BB7115
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn en beoordeling partiële niet-ontvankelijkheid OM
De Hoge Raad heeft op 19 februari 2008 arrest gewezen in een cassatieprocedure tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De verdachte was veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie met als oogmerk onder meer witwassen en overtreding van de Opiumwet.
De verdachte voerde onder meer aan dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk zou moeten zijn wegens een eerdere veroordeling in België voor witwassen. Het Hof verwierp dit beroep op partiële niet-ontvankelijkheid omdat niet aan alle voorwaarden van artikel 68, tweede lid, Wetboek van Strafrecht was voldaan. De Hoge Raad bevestigde dat oordeel als juist en begrijpelijk.
Daarnaast stelde de verdachte dat de strafvermindering onvoldoende was omdat rekening gehouden moest worden met de reeds ondergane Belgische detentie. De Hoge Raad oordeelde dat dit geen grond is voor verdere strafvermindering. Wel werd de gevangenisstraf verminderd vanwege overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro.
Het arrest vernietigt de strafoplegging voor wat betreft de duur van de gevangenisstraf en vermindert deze tot 23 maanden, terwijl het beroep voor het overige wordt verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd tot 23 maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn; het beroep op niet-ontvankelijkheid is verworpen.