ECLI:NL:HR:2008:BC0824
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen nietigverklaring oproeping bij vrijwillige afstand van aanwezigheidsrecht
In deze strafzaak heeft de Hoge Raad het arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch bevestigd, waarin het hof de nietigheid van de oproeping voor de terechtzitting in eerste aanleg van 2 december 2002 verwierp. De verdachte had pas op de terechtzitting in hoger beroep op 11 november 2005 een beroep gedaan op nietigheid, terwijl eerder op de terechtzitting van 7 december 2004 al een beroep op nietigheid van de dagvaarding was verworpen.
De Hoge Raad benadrukt dat indien het onderzoek ter terechtzitting is geschorst en de oproeping voor de nadere terechtzitting aan de verdachte in persoon is betekend, maar op die nadere terechtzitting geen beroep wordt gedaan op nietigheid, moet worden aangenomen dat de verdachte vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn aanwezigheidsrecht. Dit is in lijn met de eisen van een behoorlijke en doelmatige rechtspleging.
De Hoge Raad vernietigt de bestreden uitspraak uitsluitend voor wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf en vermindert deze tot 23 maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn. Het beroep van de verdachte wordt voor het overige verworpen. De uitspraak bevestigt de rechtspraak dat tijdige en actieve verweren tegen betekeningsgebreken noodzakelijk zijn om nietigverklaring te verkrijgen.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot 23 maanden; het beroep op nietigheid van de oproeping wordt verworpen.