ECLI:NL:GHAMS:2010:BX6297
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.J. Diemer
- I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen
- H.W.J. de Groot
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak moord en veroordeling doodslag na schietincident in woning te Amsterdam
Op 14 maart 1995 vond een schietincident plaats in een woning te Amsterdam waarbij het slachtoffer om het leven kwam. Verdachte werd aanvankelijk verdacht van moord, maar het hof sprak hem vrij van moord en veroordeelde hem voor doodslag, omdat niet bewezen kon worden dat sprake was van voorbedachten rade.
De zaak kende een lange procedurele geschiedenis met aanhouding van verdachte in 2000 na internationale signalering, gevolgd door een bekennende verklaring afgelegd zonder voorafgaande raadpleging van een advocaat. Hoewel dit een vormverzuim opleverde, oordeelde het hof dat dit geen bewijsuitsluiting rechtvaardigde omdat verdachte later zijn verklaring bevestigde in aanwezigheid van raadsvrouw.
Het hof oordeelde dat verdachte zich bewust heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat het vuurwapen zou afgaan en het slachtoffer dodelijk zou verwonden, waarmee voorwaardelijk opzet op doodslag aanwezig is. De straf werd vastgesteld op vijf jaar gevangenisstraf, met een matiging van twee jaar wegens overschrijding van de redelijke termijn. De verdachte kreeg vrijspraak voor moord en werd veroordeeld voor doodslag.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van moord en veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf voor doodslag met strafvermindering wegens termijnoverschrijding.